Door het coronavirus hebben de schaakverenigingen geen clubavonden meer. Niet voor de senioren en niet voor de jeugd. Maar dat betekent niet dat meisjes en jongens niet kunnen schaken. Speciaal voor de jeugd zal Caïssa-Eenhoorn de komende tijd elke dag (behalve zaterdag) een schaakpuzzel op de website plaatsen.

Het Witte Paard uit Zaandijk is een roemrijke vereniging. Na de oprichting op 15 oktober 1939 had de club de pech van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en vervolgens duurde het even voordat Het Witte Paard ging meetellen in de bondscompetitie. Halverwege de jaren zestig deed de jeugd een greep naar de macht en omdat ook spelers van andere verenigingen de club kwamen versterken, bereikte Het Witte Paard na drie promoties op rij de landelijke eerste klasse, waarin het in het najaar van 1969 debuteerde. Twaalf jaar later maakte het tiental zelfs zijn entree op ’s lands hoogste niveau, maar degradeerde meteen en viel in 2012 zelfs terug naar de NHSB-promotieklasse.
Op weg naar de glorieperiode ontstond het clubblad Haver. Zeker in het computerloze tijdperk was een verenigingstijdschrift belangrijk voor de binding en de sfeer. Maarten Krijt, een sterk speler en een schaakliefhebber die veel deed voor de club, legde er de basis voor. Niet veel later nam Jan Rot de werkzaamheden over, wat iemand bij Het Witte Paard deed verzuchten dat het Krijt-tijdperk (het Krijt is een geologisch tijdvak van vele miljoenen jaren geleden, waarvan het einde samenviel met het uitsterven van de dinosauriërs; schaakdinosaurus Maarten Krijt stopte in 1958) ten einde kwam en een Rot-periode was begonnen.
De naam van het clubblad, het eerste exemplaar verscheen op 5 december 1956, was bedacht door J. de Graaf die een notatieformulier gebruikte om zijn vondst op te sturen. Haver is voedsel voor het paard en de redactie ging er vanuit dat de hongerige leden de inhoud elke maand naar binnen zouden schrokken. De Graaf won met zijn inzending een taart.
Duizendpoot Jan Rot verzorgde in het clubblad een probleemrubriek, toen zijn clubgenoten daarom vroegen. In het februarinummer van 1962 beleefde Haver een primeur: de probleemstelling was voor het eerst gecomponeerd door een lid van de vereniging. Rein van der Leest, die dat jaar in de clubcompetitie op de vierde plaats zou eindigen (achter kampioen Jan Rot, nummer 2 Henk de Lange en nummer 3 Ruud van der Linden), was de maker. De componist zou daarna de probleemrubriek van Jan Rot overnemen.
Wit aan zet geeft mat in drie.
De oplossing van vrijdag: 1. Dxf4 en wit dreigt 2. Tc4# te doen. Op … Dxd4 volgt 2. Dxd4# en op … Dxf4 2. Txf4#. Wit speelt na … Ld5 2. Txd5# en na … Le4 2. Df8#. Na … Pe4 komt De5#.
