Schaakpuzzel voor de jeugd (24)

Door het coronavirus hebben de schaakverenigingen geen clubavonden meer. Niet voor de senioren en niet voor de jeugd. Maar dat betekent niet dat meisjes en jongens niet kunnen schaken. Speciaal voor de jeugd zal Caïssa-Eenhoorn de komende tijd elke dag (behalve zaterdag) een schaakpuzzel op de website plaatsen.

Schaakpuzzel 24 is gecomponeerd door een wel heel jonge schaakliefhebber. In 1904 is Abraham Speijer – een internationale topspeler in die tijd – redacteur van ‘Schaakrubriek’, de zaterdagse schaakrubriek van De Telegraaf. De Amsterdammer krijgt dat najaar een bijzondere brief, van de 12-jarige Dirk Mulder uit Haarlem. Hij heeft een probleemstelling gemaakt en die verschijnt ook in de krant. Abraham Speijer doet nog pogingen om meer te weten te komen over dit talent, maar slaagt daar niet in. Het blijft bij die ene compositie.

Op het internet is heel veel terug te vinden over het schaken van lang geleden. Zo ging in november 1904 de tweede ‘landelijke bondscompetitie’ van start. Een dure benaming voor een wedstrijdenreeks met vier deelnemers: DD (Den Haag), LSG (Leiden), Utrecht en VAS (Amsterdam). Ondanks een nederlaag tegen DD won het Vereenigd Amsterdamsch Schaakgenootschap de eerste vierkamp, omdat het aantal bordpunten beslissend was en niet het aantal matchpunten. Het Haagse team had alle wedstrijden gewonnen, maar een half bordpunt minder. Van een revanche kwam het niet, want in het seizoen 1904-1905 versloegen de Amsterdammers DD wel en hadden toen de meeste bord- en matchpunten. Voor mij was die competitie interessant, omdat bij de wedstrijduitslagen Alfred Bolland werd vermeld. Hij speelde beide jaren drie partijen voor het Leidsch Schaakgenootschap. Alfred Bolland was dominee, verhuisde naar Schellinkhout en was in de periode 1924-1934 een van de beste schakers van Caïssa.

Het Noord-Hollandse schaakleven in 1904 verliep rustig. Haarlem had de clubs HSV (Haarlemsche Schaakvereeniging) en HSG (Haarlemsch Schaakgenootschap), Den Helder had Morphy en in de Zaansteek waren verschillende verenigingen. In de stad Hoorn stond de schaaksport op een laag pitje, maar bijvoorbeeld het dorp Spierdijk had weer wel een schaakclub: DIO.

Ik heb geen informatie gevonden over Dirk Mulder. Voor zover ik weet is hij geen lid geweest van HSV of HSG. Er waren in het begin van de twintigste eeuw sowieso weinig Noord-Hollandse schakers met de naam Mulder. Of hij de probleemstelling zelf heeft bedacht of hulp heeft gekregen of dat ‘Dirk Mulder’ een alias was van een goede volwassen schaker is niet bekend. Maar de compositie is wel aardig.

Wit aan zet geeft mat in twee.

 

De oplossing van gisteren: 1. d8P. Jazeker, minorpromotie. Daardoor kan de zwarte koning niet vluchten naar c6 en e6 en verkeert zwart in zetdwang. Als een van de paarden weggaat, volgt 2. Pxc3# of 2. Pxe3#. Als een van de pionnen een toren slaat, komt 2. Pxb4# of 2. Pxf4#. En als de loper op d4 wordt genomen, speelt wit 2. Txb5# of 2. Txf5#.