Altijd maar weer die paarden

Een week na mijn prima verlopen SPA Chess in Amsterdam ben ik op pad gegaan naar Dieren om ook in Dieren tijdens het Open NK te proberen een goed toernooi te spelen. Dat gebeurde ook al sloot ik weer af met een vervelende 0. Iets wat de paarden hadden kunnen voorkomen.

Waar slaat die titel nou weer zult u wel denken. Ja, ja dat leg ik zo wel uit. Ik dus naar Dieren met mijn tentje op de nieuwe schaakcamping bij Polysport. Een uitstekende keuze achteraf. Vorig jaar was ik voor het eerst in Dieren en deed ik mee aan het Zesrondig 2 van het Open NK in de sporthal van Thethorne. Toen sloot ik overigens wel af met een overwinning al was ik toen juist niet tevreden over mijn toernooi. 3,5 uit 6 met een kleine minscore. Dit jaar wilde ik het maar is proberen in de Reservegroep B. Iets wat goed beviel, in vergelijking met het zesrondige toernooi zijn de reservegroepen toch het echte werk.

Het toernooi begon redelijk voor me. Twee remises tegen twee spelers met hogere elo: Wilfred Jansz en René de Groot. Overigens heb ik het hele toernooi spelers met hogere elo tegen me gehad. De eerste was een vrij snelle om het toernooi mee te beginnen. Tegen De Groot had ik eigenlijk moeten winnen alleen als je dan remise aangeboden krijgt op een moment dat je gaat twijfelen of je het wel kan afmaken neem je dat blijkbaar tegen iemand met een hogere rating aan.

Na de plusremise in ronde 2 had ik wel zin in een heel punt. Die kwam er ook tegen Wim Gielen, een Hollands speler die alle voorgaande jaren nog in de A groep speelde. Van de 4 winstpartijen in Dieren was dit de mooiste.

Van Dijkhuizen (1587) – Gielen (1761) na 21…..Lf5
Van Dijkhuizen-Gielen

 

 

 

 

 

 

 

Ik speelde hier met wit 22.g4. De happige lezer en kijker zal denken, pionwinst voor zwart na 22…Lxe4 23.Lxe4 exf4. Dat dacht mijn tegenstander ook maar ik had berekend dat, dat nooit goed kon gaan voor zwart. Die variant kwam tot mijn genoegen wel op het bord waarna ik het winnende offer kon uitvoeren: 24. Lxg6+!. Neemt zwart de loper niet dan gaat de kwaliteit verloren en valt de stelling ineen, dus hij nam het aan. Intuïtief al kon dat niet goed gaan. 24…..Kxg6. Nu zaak om geforceerd te blijven spelen, die loper op b2 komt nu ideaal tot zijn recht om de vluchtvelden van de koning te blokkeren. 25. Dd3+ Kg5 26. exf4+ Txf4 27. h4+ Kxg4 (na Kxh4 volgt 28.Dh3+ Kg5 29. Dh5#) 28. Tg1+ Kh5 29.Dg6+ 1-0

Zwart gaf hier op. Gielen kon het nog wel wat rekken maar na Kxh5 is het simpelste voor wit Dg3+ en Kh1 met mat op de volgende zet. Dat was wel een heerlijk gevoel als je zo kunt winnen, helemaal omdat ik de variant goed had berekend.

Dat kamperen en schaken niet voor iedereen de gewilde combinatie is bleek wel op de camping. Gezellig was het wel. Na een paar dagen op de camping leer je veel nieuwe schaakvrienden beter kennen en op een avondje na het analyseren en voorbereiden kwamen we de pagina ‘ik haat paarden’ tegen op Facebook. Na een lange dag schaken is zo’n pagina ideaal vermaak. De reacties zijn de moeite waard om te bekijken, of je nou van paarden houdt of je ze niet kunt uitstaan. Vooral komisch dus. Niet dat ik wat tegen paarden heb maar tijdens je partij kan je inderdaad een behoorlijk hekel krijgen aan dat ‘sterke paard’. Maar ja, dat geldt ook voor de andere stukken. Dolle torens, dames die te veel velden controleren, vervelende loperdiagonalen, koningen die ineens een vluchtveld extra hebben of etterende pionnen naast dat springtuig. Zo zou Gielen na ronde 3 best een pagina ‘ik haat lopers’ hebben kunnen aanmaken.

In ronde 4 kreeg ik met zo’n vervelend paard te maken terwijl mijn eigen paard me alleen maar in de weg zat. Tegen Stephan Broertjes miste ik al wat zetten om het witte voordeel uit te vegen waardoor ik een boel werk had om mijn stelling te keepen met een geïsoleerde pion. Ik verloor een pion en uiteindelijk werd dat paard me fataal.

Steeds was het de schuld van de paarden. Tijdens de partij bleef het toch in je achterhoofd zitten om mee te nemen in de berekeningen. Liever het loperpaar dan het paardenpaar. Al was ik het daar in ronde 5 niet mee eens. Tegen Albert Verhaaren had ik een loeisterk paardenpaar terwijl zwart het loperpaar had. Uiteindelijk konden de paarden de dame insluiten en na kwaliteitswinst kwam ik in een eindspel met twee torens en een paard tegen een zwarte dame plus een witte pionnenmeerderheid. Mijn paard was in het eindspel beslissend waardoor ik de tweede overwinning kon noteren.

Na 5 ronden kon de balans worden opgemaakt. 3 uit 5. Een prima toernooi tot nu toe.  Het dagelijkse praatje met clubgenoot Gerrit van der Hoff stemde me ook altijd goed. Ik vind het geweldig dat hij elke jaar weer naar Dieren gaat om mee te doen aan het Open NK. Dat moeten meer clubgenoten doen, want hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Gerrit had net als mij al twee overwinningen te pakken maar dan in de C groep. Daar kwam er uiteindelijk nog één bij voor hem.

De rustdag is eigenlijk de gekste dag van de week, je komt in een ritme en die wordt weer verbroken. Uitrusten is dan het motto maar ja, in hoeverre. Ik kwam er achter dat als ik later ging slapen ik de dag erna een beter resultaat haalde en als ik wat eerder ging slapen ik verloor. Dan maar tot laat in de nacht snelschaken.

Ronde 6 was zoiets eigenlijk. Ik was zondag niet bepaald op tijd gaan slapen en was er al bang voor dat ik niet fit zou zijn. Gelukkig begonnen de rondes pas om 13:00 uur en had ik amper reistijd dus dat scheelde. Tegen Ferry Weverling was ik derhalve niet tevreden over mijn opening maar toch kwam ik er als gebruikelijk de hele week goed uit. Ik kreeg een pion meer op de damevleugel en Weverling op de koningsvleugel met de dames, torens en voor beide een loper op het bord. Een interessante stelling. Eens kijken hoe hij dat aanpakt dacht ik zo. En, dat deed hij prima in principe totdat we beide in tijdnood kwamen. Met nog 10 zetten te gaan voor de tijdscontrole stond er nog weinig tijd op klok bij beide al was ik de enigste die dat besefte. Per zet krijg je er nog 30 seconde bonus bij dus door je vlag gaan is bijna onmogelijk. Maar ja, niks is onmogelijk en op zet 31 dacht Weverling nog steeds dat hij alle tijd had en de minuten slonken en slonken. Ondertussen was ik voor me zelf al aan het aftellen en ja hoor: Vlag. Hoe is het mogelijk denk je dan, en dat met bonus. Het was een onduidelijke stelling dus of ik zonder de klok ook had gewonnen weet ik niet. De klok is natuurlijk wel gewoon een factor van het spel. Dan moet je maar sneller spelen. 9 zetten komt ook niet eens in de buurt van de controle...

4 uit 6, het begon op iets te gaan lijken wat ik eerder had. Tijdens SPA. Ook de vierkampers van Caïssa-Eenhoorn Aad Laan en Klaas Jan Koedijk begonnen de eerste ronde maandags goed met een punt voor Aad na wat gerommel en een remise van Klaas Jan. Helaas was het Aad zijn enige punt. Klaas Jan haalde nog een heel punt maar verloor de laatste. Respectievelijk 3e en 2e in hun groep.

Die maandagavond na mijn overwinning was het dan ook extra leuk dat ik op het Open NKimage Raindropchess op de camping derde werd. Er deden er weliswaar maar 8 mee en wat koop je ervoor. Helemaal niks. Gezellig was het wel, het spelen van het geluksspel. Melchior Hillenkamp (zoon van uitvinder Jozias) werd eerste na barrage met Tjark Vos. Geeft wel aan dat geluk een belangrijke rol speelt bij Raindropchess.

Harold Boom was mijn opponent in de 7e ronde. Het was op het hoogste bord wat ik dit toernooi bereikt had en dat bleef ook daarbij. Boom had de hoogste elo van mijn tegenstanders tot nu toe. In de opening merkte ik daar anders weinig van. Ik ergerde me aan het geschuif van hem wat niet fout was maar erg optimistisch was het nou ook weer niet.  Totdat ik ongeduldig raakte, een klein foutje maakte en wit een voordeel kreeg in de vorm van een open d lijn. Toen Boom vervolgens eenmaal al zijn stukken goed had geplaatst deed ik de ene na de andere slechte zet. Dan verdien je het ook niet en liep ik tegen mijn tweede 0 aan. Mijn slechtste partij van het toernooi. Hoge bomen vangen veel wind en dat bleek wel. Deze Boom incasseerde uiteindelijk geen verliespartijen. 4 winstpartijen en 5 remises. Vrij solide dus.

Dan opnieuw zwart in de ene laatste ronde. Ik had gezien dat mijn tegenstander Maarten Mellegers Trompowsky speelt. Net als wat onze voorzitter graag speelt. Alleen merk ik dat witspelers die Trompowsky spelen verdacht weinig punten scoren de laatste tijd. Ach, het zal wel door de paarden komen. Enfin, de Lg5 kwam alsnog wel tegen me en na wat zetten verder kwam er een leuke stelling op het bord met tegengestelde rokades.

Mellegers (1662)- Van Dijkhuizen (1587) na 19 Pe4 Dc6.

Mellegers-Van Dijkhuizen

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik had inmiddels al een pion ingeleverd omdat ik een combinatie met het witte paard over het hoofd zag. Weer een paard. Ondanks de druk van mij op de witte stelling vertrouwde ik het niet. Helemaal na het sterke 20.Pf6+! van wit. Pakken leek me geen optie dus speelde ik Kh8. Mellegers speelde erg snel en deed vervolgens te snel 21. a3? Beter was De2 om zowel h5 als e5 aan te vallen. Ik speelde vervolgens  21….Df3! Dat moest wel goed zijn en dat was het ook. Nu dreig ik het paard wel te slaan en na 22.Pd7 Tfc8 ging wit de fout in. 23.Kb1 Txc2 24. Pe5? Db3! 25. Pxf7+ Kg8 26.Pxh6+ gxh6 0-1. Daar was geen houden meer aan.

Toch was ik niet tevreden over de partij totdat wit a3 speelde en dat zei de engine ook achteraf die een +2 voor wit gaf. Blijkt maar dat in de B groep van alles mogelijk is.

Zo, de 50% was in ieder geval binnen met 5 uit 8. Doel 1 bereikt. Nu maar is kijken of de 6 uit 9 haalbaar is, het beter doen dan in Amsterdam. Na een smakelijke barbecue die avond had ik er daadwerkelijk veel zin in om Tom Molewijk in de laatste ronde met wit te pakken. Ook alleen al om mijn score met witt te perfectioneren. Na 3,5 uit 4 met wit wilde ik daar wel 4,5 uit 5 van maken.

Alles wees ook die kant op. Ik kwam heerlijk uit de opening. Al mijn stukken stonden goed en kon ik na een fout van zwart een koningsaanval uitvoeren. Steeds meer stond ik gewonnen maar ook steeds koos ik het verkeerde winstplan. Mijn eigen paarden zaten elkaar in de weg en toen ik in tijdnood dacht dat ik hem mat had, had die koning opeens een extra vluchtveld. Na ja niet opeens natuurlijk maar in mijn ogen wel en stonden er twee torens in. Oeps. Er waren daarna zelfs nog remisekansen omdat de zwarte koning slecht stond maar ook die miste ik. Als ik in plaats van de in mijn ogen matzet het vluchtveld van de zwarte koning blokkeerde had ik een stuk kunnen winnen of het was mat. Achteraf vond Molewijk zelf trouwens dat hij goed had verdedigd. Tja, het is maar hoe je dat bekijkt natuurlijk. Als ik gewoon een van de eerdere betere winstplannen had gekozen en uitgevoerd had ik kunnen zeggen: ‘goed gespeeld’ of ‘slecht verdedigd’ tegen Molewijk. Maar ja, het zei zo. Ik geef de schuld maar aan de paarden. Dat is wel zo gepast.

Uiteindelijk dus in de Reservegroep B in Dieren 5 uit 9, +2,21 en een voor mijn doen prima TPR van 1774 na een 5,5 uit 9 met +2,5 en een TPR van 1794 in Amsterdam tijdens het SPA Chess in groep C.

Laat het nieuwe seizoen maar beginnen, ik heb er zin in!

Eén gedachte over “Altijd maar weer die paarden

Reacties zijn gesloten.