Door het coronavirus hebben de schaakverenigingen geen clubavonden meer. Niet voor de senioren en niet voor de jeugd. Maar dat betekent niet dat meisjes en jongens niet kunnen schaken. Speciaal voor de jeugd zal Caïssa-Eenhoorn de komende tijd elke dag (behalve zaterdag) een schaakpuzzel op de website plaatsen.

Met de schaakhistorie van Haarlem is makkelijk een encyclopedie te vullen, maar het blijft in deze aflevering beperkt tot ruim twintig regels op een A4tje. De dertigste schaakpuzzel is gecomponeerd door D. Andréa en was opgenomen in de schaakrubriek van het opinieweekblad De Amsterdammer van 19 juni 1904.
Andréa speelde ruim honderd jaar geleden bij het Haarlemsch Schaakgezelschap dat via een aantal fusies terecht is gekomen bij de huidige schaakclub Het Spaarne (zie aflevering 13 van deze puzzelserie). In het begin van de twintigste eeuw had je nauwelijks competities, maar waren er wel veel massakampen. HSG nam het onder meer op tegen Amsterdamse verenigingen als ASC en dan zat Andréa aan de hogere borden.
Op zondag 3 januari 1909 trad Emanuel Lasker in Haarlem op als simultaangever voor HSG en HSV (Haarlemsche Schaakvereeniging). Een van de 25 opponenten van de wereldkampioen was Andréa, die overigens verloor. Anderhalf jaar later stond de schaakliefhebber uit Schoten – de gemeente ging in 1927 op in Haarlem – aan de andere kant van de tafel en gaf hij in café De Bisschop in Amsterdam simultaan aan 25 spelers van de Nationale Schaakclub. Waar Lasker een score bereikte van 20-3-2 (winstpartijen-remises-nederlagen), daar moest Andréa het doen met 11-8-6.
Verhuisd naar Haarlem speelde hij bij De Rochade (waar hij de clubtitel veroverde) en de Haarlemsche Schaakclub; beide verenigingen gingen in 1947 samen verder als Schaakclub Haarlem. In 1935 kreeg Andréa een uitnodiging om als simultaanspeler bij de Arbeidersschaakclub Haarlem te komen. Daar leek zijn prestatie enigszins Laskeriaans: acht keer winst, acht remises en slechts twee verliespartijen. Uit het Haarlem’s Dagblad van 15 mei 1935: ,,Na afloop dankte de voorzitter hem voor zijn belangeloos optreden. De heer Andréa sprak zijn voldoening uit over de voorbeeldige en correcte speelwijze dezer nog zoo jonge club, welke thans reeds ruim 30 leden telt en waarin hij een niet verwachten sterken tegenstand had ontmoet.’’
De naam van D. Andréa ben ik niet tegengekomen in schaakrubrieken van kranten. Wel deed hij mee aan oplossingswedstrijden van het weekblad De Amsterdammer, dat ook verschillende composities van de Haarlemmer plaatste.
Zoals schaakpuzzel 30. Wit aan zet geeft mat in twee.
De oplossing van de koningsdagpuzzel: 1. Pe4. Na … Kxe4 speelt wit 2. Lg2#. De zwarte koning moet vluchten, maar na … Kc6 komt 2. Db7# en na … Ke6 2. Lc4#.
