In de zevende week van het Midzomertoernooi wordt ook het Amsterdam Chess Festival gehouden. Dat heeft een opvallende link met het Westfriese schaken. Op de fraaie website stelt de organisatieploeg zich voor en daar maken onder meer Peter Doggers, Rinus en Sernin van de Krol en midzomerspeler Jan Timmerman deel van uit.

Amsterdam heeft een rijke schaakhistorie. Spelers, clubs, toernooien, de hoofdstukken zijn lang. Londen 1851 geldt als eerste internationaal toernooi ter wereld en het is maar goed dat de Duitsers Adolf Anderssen (winnaar) en Carl Mayet, de Fransman Lionel Kieseritzky en de Hongaren Johann Löwenthal en József Szén hebben meegedaan, want met alleen Engelsen had het evenement minder prominent de geschiedenisboeken gehaald. Het begon op 27 mei, de laatste zet in de finale Adolf Anderssen – Marmaduke Wyvill werd op 15 juli uitgevoerd.
Amsterdam had in 1851 eveneens een toernooi en dat ging op 19 mei van start; wellicht het eerste ter wereld. Het organiserende genootschap Philidor verwelkomde 32 Nederlandse deelnemers en kon op 16 juni eenzelfde top acht van de eindstand opmaken als in Londen. Daar zes Engelse schakers en twee van buiten, in ’s lands hoofdstad zes Amsterdammers en Klaas de Heer uit de Beemster (zoon van Aris de Heer, naar wie de huidige schaakclub is vernoemd) en mr. W.J. Blijdenstein uit Enschede.



Schrijver dezes heeft een gloednieuw – want: herdruk – boekje over de internationale schaakwedstrijd in Amsterdam, van 7 tot en met 16 augustus 1899 en met vijftien uit vijftien gewonnen door Henry Atkins uit Leicester. Adolf Olland (Utrecht) eindigde met vier punten minder op de tweede plaats. Maar de ervaren schakers van nu kennen Amsterdam vooral van IBM, OHRA, het Donner-herdenkingstoernooi, Euwe/VSB, Eijgenbrood, het Fenny Heemskerk-toernooi, Lost Boys, Batavia, Kattenburg, ACT, SPA en ACO. Er is nu een afkorting bijgekomen: ACF. De stichting Amsterdam Chess Open is al in de herfst van 2023, 2024 en 2205 actief geweest met het gelijknamige toernooi en ziet het festival als opvolger van Science Park Amsterdam, want de eigen stad hoort een groot zomertoernooi te hebben.
Peter Doggers is een van de topspelers van Caïssa-Eenhoorn, auteur van het internationaal hoog aangeschreven boek ‘De schaakrevolutie’ en schaakjournalist bij Chess.com. Hij doet de pr en communicatie van het Amsterdam Chess Festival. Aan Sernin van de Krol is in 2023 de titel van internationaal arbiter toegekend. Het bestuurslid van Caïssa-Eenhoorn, die overigens op de eerstkomende jaarvergadering aftreedt, is verhuisd van Zwaag naar Amsterdam en fungeert tot en met zondag als ‘chief arbiter’. Vader Rinus is de duizendpoot van Caïssa-Eenhoorn, woont op fietsafstand van de speelzaal en houdt het hoofdstedelijke evenement als arbiter in de gaten.
Jan Timmerman is voorzitter van de organiserende stichting, bestuurslid van de Amsterdamse schaakclub Caïssa en ‘well known for his enthusiasm and his often overly aggressive playing style’. Als debuterend midzomerschaker heeft hij door zijn ACF-werkzaamheden niet alle woensdagavonden kunnen spelen, maar Roan Beliën en Koen van Lankveld wisten hem in te dammen en dwongen remise af. Benieuwd wat Jan in de tweede Bovenkarspelse toernooihelft zal doen.
Caïssa is overigens op 1 mei 1951 opgericht en dat heeft het mooie boekwerk ‘Schaakvrienden, portretten bij de viering van het 75-jarig bestaan van sv Caissa-Amsterdam’ opgeleverd. De historie wordt op een andere manier dan gebruikelijk bezocht. Zo schrijft Wim Suyderhoud over het gemis van de lach van Niek Narings, die op 22 april 2018 is overleden. Niek is als schaaktalent begonnen bij Caïssa Hoorn (clubkampioen in 1988, een jaar eerder tweede achter Dimitri Reinderman) en als schaakroutinier geëindigd bij Caïssa Amsterdam (drie keer clubkampioen). In de tussenjaren trokken de dieren zijn belangstelling en is hij lid geweest van De Eenhoorn en Het Witte Paard. Wim over de lach: ,,Die kon plotseling opklinken uit het geroezemoes in de Laurierboom of abrupt de gewijde stilte van de clubavonden verbreken. Wie kon er weerstand aan bieden? Ik heb zelfs de extreem geluidsgevoelige Robert Kikkert nooit ook maar één borstelige wenkbrauw zien fronsen als die lach de ruiten van de speelzaal weer eens deed rinkelen. Hij was luid maar niet luidruchtig, warm, levenslustig en bijzonder aanstekelijk.’’
In een ander hoofdstuk schrijft Kees Sterrenburg over Jan Timmerman. De twee delen vier zaken. Ze zijn allebei gek van het schaken, ze zijn allebei de zoon van een tuinder, ze mogen allebei graag zwemmen en ze organiseren het een en ander. En haalt vervolgens uitgebreid herinneringen op aan een zomers zondagtoernooi op het hoofdstedelijke Artisplein, met deelname van een aantal schaakvrienden. Die nemen echt bier mee en kabouterbier, wijn, zelfgebakken taart, tijgernootjes en spritsen. En in de pauze loopt Jan naar huis om een pan soep te halen.
Het Midzomertoernooi kent geen pauze. De tuinderszoon uit Lutjebroek hoeft niet naar huis om soep te halen.

Tenslotte nog een oplossing. Deel 19 van ‘Er gaat niets Boven karspel’ had onderstaand schaakprobleem, begin 1924 gecomponeerd door de Bovenkarspeler N.J. de Boer: wit aan zet geeft mat in twee. De oplossing staat onder de laatste foto.





De oplossing van de probleemstelling is 1. Dg2.
Er dreigt 2. Dg5#. Na 1. ... Kf4 of ... Lxf6 volgt 2. Pd3# en na 1. ... Kxf6 speelt wit 2. Dg7#.
Zevende ronde (woensdag 15 juli):
Koen van Lankveld – Abel Romkes....................0-1
Co Buysman – Peter van Waert.......................0-1
Bert Spil – Eugène Koomen..........................1-0
Nizar Alayoubi – Nico Weel.........................1-0
Jan Olthof – Ed Hoes...............................1-0
Henri Stouten – Jamal Zyat.........................0-1
Remco Bravenboer – Jan Baars.......................½-½
Gerard Broersen – Emil van Dijk....................1-0
Dion Brandt – Ron Smit.............................0-1
Stef deWit – Mustafa Guney.........................0-1
Nico Reus – Ed Hornick.............................0-1
Harry de Best – Alfred Schenk......................1-0
Renzo Snel – André van Leeuwen.....................0-1
Siem Boon – George Tadrous.........................0-1
Willem van der Veen – Hans Morsink.................1-0
Caspar Jinssen – André Mantel......................1-0
De stand:
1. Jan Baars (KTV, 1694)............................. 25,15 4 3 0
2. André van Leeuwen (KNSB-lid, 1348)................ 22,10 4 0 0
3. Nizar Alayoubi (Caïssa-Eenhoorn, 1699)............ 14,89 3 3 1
4. Harry de Best (Caïssa-Eenhoorn, 1568)............. 13,66 4 0 2
5. Boris de Best (Caïssa-Eenhoorn, 1836)............. 12,89 2 2 0
6. Remco Bravenboer (Caïssa-Eenhoorn, 1707).......... 13,50 3 3 1
7. Roan Beliën (Heerhugowaard, 1850)................. 12,44 2 3 1
8. Abel Romkes (Caïssa-Eenhoorn, 2184)............... 10,91 5 0 0
9. Gerard Broersen (Degoschalm, 1656)................ 8,41 3 1 2
10. Mai Movrin (Caïssa-Eenhoorn, 1347)................ 8,31 3 0 1
11. Ron Smit (KNSB-lid, 1642)......................... 8,27 3 2 2
12. Mustafa Guney (Caïssa-Eenhoorn, 1502)............. 7,67 1 1 0
13. Peter van Waert (Caïssa-Eenhoorn, 1941)........... 7,49 2 1 1
14. Koen van Lankveld (Purmerend, 1814)............... 7,11 1 4 1
15. Jan Olthof (Schaaklust, 1731)..................... 6,12 1 1 0
16. Renzo Snel (Caïssa-Eenhoorn + KTV, 1543).......... 6,02 4 0 3
17. Serge Kramer (WSC De Pion, 1748).................. 5,99 1 0 0
18. Dion Brandt (Degoschalm, 1535).................... 3,89 3 0 3
19. Willem van der Veen (Caïssa-Eenhoorn, 1494)....... 3,81 3 0 3
20. Alfred Schenk (Schaaklust, 1550).................. 3,14 4 0 2
21. Stef de Wit (Torenhoog, 1637)..................... 1,75 3 0 3
22. Jamal Zyat (Caïssa-Eenhoorn, 1699)................ 1,53 1 1 1
23. Caspar Jinssen (Torenhoog, 1214).................. 1,40 2 1 3
24. Jan Timmerman (Caïssa, 1867)...................... 0,77 0 2 0
25. Co Buysman (Caïssa-Eenhoorn, 1739)................ 0,76 2 2 3
26. Bert Spil (Caïssa-Eenhoorn, 1874)................. 0,54 1 2 2
27. Ed Hornick (Torenhoog, 1634)...................... -0,01 2 1 2
28. Jehat Karatas (Caïssa-Eenhoorn, 1525)............. -0,03 2 0 3
29. Evert Cornelisse (Torenhoog, 1109)................ -0,65 1 1 4
30. Eline Kuin (Schaaklust, 1290)..................... -1,72 2 0 2
31. Ed Hoes (KTV, 1660)............................... -2,11 1 3 2
32. Emil van Dijk (1595).............................. -2,59 2 1 3
33. Lode Broekman (Muider Schaakkring, 1655).......... -2,78 1 2 2
34. Suleiman Abdulkhaleq (Caïssa-Eenhoorn, 850)....... -2,86 0 0 5
35. Bas Doodeman (Degoschalm, 1738)................... -3,56 1 1 2
36. George Tadrous (Degoschalm, 1531)................. -3,79 2 0 3
37. Hans Morsink (KNSB-lid, 1450)..................... -4,62 2 2 3
38. Siem Boon (Degoschalm, 1424)...................... -5,41 3 0 4
39. Nico Reus (Degoschalm, 1474)...................... -5,42 2 1 3
40. Eugène Koomen (KTV, 1784)......................... -7,27 2 1 4
41. Henri Stouten (KTV, 1718)......................... -7,70 0 4 2
42. Marc Norden (Muider Schaakkring, 1874)............ -9,99 1 0 4
43. Nico Weel (Schaaklust, 1794)......................-14,88 0 1 3
44. André Mantel (KTV, 1480)..........................-17,31 0 2 3
De midzomerscore, bepalend voor de ranglijst, wordt via een speciale
formule en aan de hand van de ratings berekend.
