Het eerste kampioenschap: 10 maart 1925

In een eeuw landelijke en regionale schaakcompetities zijn teams van onze vereniging 89 keer op de eerste plaats geëindigd. Eén titel werd als eerste gevierd en dat gebeurde op 10 maart 1925. De competities van toen en nu zijn niet met elkaar te vergelijken, maar toch is het leuk als je in je debuutseizoen meteen kampioen wordt.

Honderd jaar geleden was Caïssa een club in opkomst. Na de oprichting als rooms-katholieke schaakvereniging begin 1923 bleef het aantal leden beperkt tot een stuk of tien liefhebbers, de overgang naar een neutrale status leverde succes op en aan de vooravond van de districtscompetitie 1924-1925 had secretaris Cornelis Kreijger 28 namen op zijn ledenlijst staan. ,,Een stijging van dertien’’, liet hij op de jaarvergadering van 29 september weten.

De clubavond is van de maandag naar de dinsdag verplaatst en ook de speelzaal veranderde: van de melksalon en lunchroom van de gezusters Helena en Maria Bierlaagh naar hotel De Roskam van Victor van de Sand. Op de jaarvergadering gingen de leden massaal akkoord met het voorstel van oprichter Leo Ruijgrok om voor aansluiting bij de Nederlandsche Schaakbond te kiezen. Het betekende wel dat iemand van Caïssa de club moest vertegenwoordigen op bondsvergaderingen en dat er ook een wedstrijdleider moest komen. Ruijgrok kwam uit de Leidse schaakwereld en kreeg de beide functies toegeschoven.

Uit het Tijdschrift van den Nederlandschen Schaakbond van november 1924. Caïssa is een van de nieuwe leden.

Caïssa moest een keuze maken in welke klasse het wilde debuteren: de tweede of derde klasse. Ondanks een voor die tijd respectabel aantal leden werd er slechts één tiental voor de bondscompetitie ingeschreven. Aris de Heer (Middenbeemster) was eveneens nieuwkomer en begon met twee teams, terwijl de vereniging zeker niet groter was dan de Hoornse. Piet Velzeboer wilde op het hoogste niveau schaken, Leo Ruijgrok vond dat te zwaar en stelde voor om ‘met het oog op te veel ontmoediging om direct tegen de sterkste spelers ten strijde te trekken’ in de derde klasse te spelen. Hij kreeg bijna alle leden mee.

Nogmaals het bondstijdschrift, met de indeling van Caïssa in de derde klasse A.

Het bestuur van de Nederlandsche Schaakbond hield de eerste competitie in het seizoen 1920-1921. De topclubs ASC (Amsterdam), DD (Den Haag), NRSV (Rotterdam), Utrecht en VAS (Amsterdam) werden in een landelijke eerste klasse ingedeeld. Een beschermde omgeving, niemand kon degraderen. Er waren ook competities in verschillende districten – Nederland telde er tien, maar niet overal werd geschaakt – met de tweede klasse als hoogste platform. Aan de eerste Noord-Hollandse competitie deden tien clubs, met negentien ploegen, mee. VAS 2 versloeg in 2A HSG (Haarlem) en Het Oosten (Amsterdam) en ASC 2 presteerde in 2B hetzelfde tegen de stadgenoten De Pion en Nationale Schaakclub. De reserves van het Vereenigd Amsterdamsch Schaakgenootschap wonnen de finale met 5½-4½ en kroonden zich zo tot de eerste kampioen van het district  Noord-Holland.

Bij de entree van Caïssa was het aantal deelnemende clubs gestegen tot veertien (26 tientallen). De Noord-Hollandse competitie telde zes klassen: 2A, 2B en 2C, 3A, 3B en 3C. A was voor de noordelijke verenigingen Aris de Heer, Caïssa, Morphy (Den Helder) en VVV (Alkmaar), B voor clubs uit Amsterdam, de Zaanstreek en omgeving en Haarlem, C voor het Amsterdamse en zuidelijke deel van het district. Caïssa kreeg een plaats in de derde klasse A, met de tweede teams van Aris de Heer, Morphy en VVV als tegenstanders.

Op zondag 26 oktober 1924 speelde Caïssa zijn eerste bondswedstrijd uit de clubhistorie, in de Stadsmuziektuin in Alkmaar, het clublokaal van VVV. Districtscommissaris Louis Kersten – woonachtig in Amsterdam, geboren in Maastricht – had in overleg met de verenigingen besloten om voor de wedstrijden met ver van elkaar  afgelegen ploegen een centrale locatie te zoeken. Dan hoefden Helderse schakers niet naar Hoorn en Hoornse schakers niet naar de marinestad.

Caïssa had in het seizoen 1923-1924 een clubcompetitie en verschillende spelers waren in de jaren ervoor actief geweest op toernooien, in vriendschappelijke wedstrijden en met correspondentieschaak. Leo Ruijgrok kon een redelijke inschatting maken van de onderlinge krachtsverschillen en stelde dan ook een sterk tiental samen voor de debuutwedstrijd tegen Morphy 2. In bordvolgorde: Ruijgrok zelf, Willem Tensen, Koen de Vos, Cornelis Kreijger, Anton van der Burgh, Cees Ursem, Gerard Haring, Jo Heideman, Everardus Randshuizen en C. Stam. Ze moesten vroeg uit de veren, want het duel tegen de Helderse formatie begon om 9.00 uur. ’s Middags speelde Morphy 2 tegen Aris de Heer 2, de tweede ver afgelegen ploeg. Voor de kleurverdeling werd geloot en de Alkmaarse wedstrijdleider Ferdinand Laas gaf Caïssa’s eerstebordspeler Leo Ruijgrok de zwarte stukken.

De eerste tien bondspartijen leverden een grote uitslag op; Caïssa, de uitploeg, zegevierde met 3-7. Morphy 2 was met acht man opgekomen en twee spelers van VVV – W. Tegel en J. Veldman – completeerden het team. Uit het Noord-Hollandsch Dagblad van 28 oktober 1924: ,,Speciaal op verzoek van Hoorn hebben voor de niet opgekomen Morphy-leden 2 leden van VVV medegespeeld, zoodat Hoorn hiermede afzag van haar recht om voor de niet opgekomen partijen winstpunten te eischen.’’ Uit het notulenboek van Caïssa: ,,Morphy was met acht leden opgekomen, doch Caïssa verzocht om het tiental voltallig te maken en 2 leden van VVV te laten medespelen voor Morphy, waartoe door den wedstrijdleider den heer Laas toestemming werd gegeven.’’

Waarschijnlijk heeft Ruijgrok enige druk uitgeoefend om te voorkomen dat twee clubgenoten voor noppes vroeg uit hun bed waren gestapt. In de middaguren trad Morphy 2 wel met acht man aan tegen Aris de Heer 2 en bereikte desondanks een 5-5 gelijkspel. Caïssa bezette na die zondag meteen de koppositie in de derde klasse A.

Uit het oudste notulenboek van Caïssa: de partijuitslagen van Morphy 2 - Caïssa. Voor de bond is het Hoornse tiental overigens de uitploeg.

Het Algemeen Handelsblad van 30 oktober 1924 meldt Caïssa als eerste koploper van de derde klasse.

Vijf weken later versloeg Aris de Heer 2 met 7-3 VVV 2 en nam de ploeg uit Middenbeemster de leiding over. Voor de eerste bondswedstrijd in Hoorn, op zondag 14 december, kwam de nieuwe ranglijstaanvoerder op bezoek. Een fotograaf van het weekblad Noord-Holland in Woord en Beeld meldde zich in hotel De Roskam om de tientallen van Caïssa en Aris de Heer 2 voor de eeuwigheid vast te leggen en hij maakte en passant ook enkele individuele foto’s. Tussen half drie en half zes scoorde de thuisploeg er flink op los, want opnieuw zegevierde Caïssa met 7-3. Er was nog een primeur: de partij Gerard Haring – Pieter Beets werd afgebroken. Beide ploegen leverden een speler om te arbitreren en zij beslisten ten gunste van de Beemsterse stelling.

De spelers van Caïssa en Aris de Heer 2 in hotel De Roskam gebroederlijk bij elkaar. Aan het tweede bord rechts Gerard Haring (met stropdas).

Links Caïssa-kopman Leo Ruijgrok.

Willem Tensen (links) zal in de eerste bondscompetitie van Caïssa drie uit drie scoren.

Het verslag van Caïssa - Aris de Heer 2 in Onze Courant van 15 december 1924.

Een week later versloeg Morphy 2 VVV 2 met dezelfde cijfers en dat betekende dat Caïssa zeker was van het kampioenschap. Met alleen het duel tegen de puntloze Alkmaarders voor de boeg hadden de Hoornse successchakers een punt voorsprong op de uitgespeelde teams van Aris de Heer 2 en Morphy 2. In eerste instantie was dinsdag 3 maart de speeldatum. In de Nieuwe Hoornsche Courant van 28 februari 1925 staat:

Dat laatste klopte aardig, want op 10 maart – een week later dan gepland; volgens de agenda in de Nieuwe Hoornsche Courant om 18.00 uur begonnen – moest Caïssa flink aan de bak om de score van honderd procent vast te houden. Dominee Alfred Bolland, net als Ruijgrok afkomstig uit de Leidse schaakwereld, maakte zijn debuut als bondsspeler. Door snelle nederlagen keek de thuisploeg tegen een 0-2 achterstand aan, maar met vier winstpartijen (van Bolland, Gerard Haring, Piet Velzeboer en Koen de Vos) werd die weggewerkt. Bij 4½-3½ moesten twee partijen worden gearbitreerd. Kopman Leo Ruijgrok had één pion meer, tweedebordspeler Willem Tensen twee pionnen meer en met respectievelijk remise en winst kreeg het duel een 6-4 uitslag.

Uit Caïssa's jaarverslag 1924-1925.

In de schaakrubriek in de Alkmaarsche Courant van 14 maart 1925 eindigde een berichtje over de wedstrijd als volgt: ,,De overwinning van Caïssa bracht dien schaakclub ’t definitieve kampioenschap in zijn afdeeling. Deze club is te sterk voor de 3e klasse. Wij hopen hem volgend jaar in de 2e klasse te zien, opdat de Hoornsche schakers een match te spelen krijgen met VVV 1. Dat is een betere partij, Caïssa waardig.’’

Ruim een half jaar later begon Caïssa inderdaad aan het avontuur in de tweede klasse, de op een na hoogste klasse van Nederland. Het niveau van ons huidige vlaggeschip.

Tenslotte de spelers van Caïssa die aan het eerste kampioenschap hun
steentje hebben bijgedragen.
(1,0) 111 Leo Ruijgrok......................................1 1 ½ = 3-2½
(2,0) 222 Willem Tensen.....................................1 1 1 = 3-3
(3,3) 334 Koen de Vos.......................................1 1 1 = 3-3
(3,5) -45 Piet Velzeboer....................................- 1 1 = 2-2
(5,0) 46- Cornelis Kreijger.................................1 1 - = 2-2
(7,0) 588 Anton van der Burgh...............................1 0 0 = 3-1
(7,3) 796 Gerard Haring.....................................0 0 1 = 3-1
(8,0) 97- Everardus Randshuizen.............................1 ½ - = 2-1½
(8,5) 0-7 C. Stam...........................................0 – 0 = 2-0
(9,0) 809 Jo Heideman.......................................1 1 0 = 3-2
Invaller:
(3,0) --3 ds. Alfred Bolland................................- - 1 = 1-1
(5,0) -5- mr. Han Fruin.....................................- ½ - = 1- ½
(6,0) 6-- Cees Ursem........................................0 - - = 1-0
(10 ) --0 Jan Neefjes.......................................- - ½ = 1- ½

Eén gedachte over “Het eerste kampioenschap: 10 maart 1925

  1. Wat leuk om een oom (Gerard Haring) tegen te komen. Dat was nieuw voor mij.
    Ik wist wel dat een jongere broer van Gerard Haring (Jaques Haring voor mij oom Jaap de schaakproblemist) enkele jaren later samen met mijn vader H.W.A. van Doorn, lid werden. Een rijke historie voor mij waar ik graag wat meer van zou willen weten mochten er nog notulen en verslagen zijn vastgelegd.

    Met vriendelijke groet
    Frans van Doorn
    Anne de Vriesstraat 7
    9301 JG Roden
    E-mail: vandoornwemes@gmail.com

Reacties zijn gesloten.