Er gaat niets Boven karspel (23)

Denemarken is een prachtig vakantieland en schrijver dezes mag graag naar wielrennen op het televisietoestel kijken. Tussen de negende en tiende ronde van het Midzomertoernooi slaat hij zo drie vliegen in één klap. Drie? Een van mijn hobby’s is het zoeken naar oude bronnen over het schaken. Tijdens de eerste etappe van de Ronde van Denemarken zitten vier renners in de eerste kopgroep en de naam van Andreas Stokbro wordt regelmatig genoemd. De achternaam van de Deense profwielrenner, maar dan met dubbel o, komt voor in ‘Tot In- en Uitspanning’, het boek over de 200-jarige schaakgeschiedenis van Hoorn. Lucas Stokbroo maakt vermoedelijk deel uit van het schaakgezelschap, waarnaar het jubileumboek is vernoemd.

Een ‘Belgische’ partij in de tiende ronde van het Midzomertoernooi. Abel Romkes (links) heeft in Leuven gestudeerd, Jim Wittebol in Brussel.

In het begin van de negentiende eeuw is de schaaksport in de grote(re) Noord-Hollandse plaatsen bekend. Jan Teodoor Boogaard (1776-1855) is in 1803 een van de oprichters van het Haagsche Schaakgenootschap. Zestien jaar later werkt hij als commissaris van politie in Alkmaar en heeft in zijn vrije tijd ‘Anastasia und das Schachspiel’, van Johann Jakob Wilhelm Heinse (1746-1803), vertaald. De intekenlijst vermeldt tweehonderd namen. Onder meer van vijftig Alkmaarders, maar ook van tien inwoners van Hoorn en Lucas Stokbroo is een van hen. Als je de schaakregels niet kent, heb je niets aan het boek en gezien de beroepen van de tien ga ik er van uit dat ze allemaal wisten hoe je de stukken neer moet zetten. Mannen van stand hadden geld om boeken te kopen en tijd om zich ergens in te verdiepen. De tien Hoornaren zullen elkaar hebben gekend en vermoedelijk hebben ze schaakpartijen gespeeld. Ik heb een boekje en kranteberichten uit 1825 gevonden, waarin het Hoornse schaakgezelschap Tot In- en Uitspanning voorkomt. Leden schenken 108 gulden – anno 2026 zo’n € 1300 – aan een nationale commissie dat geldt inzamelt voor de arme bevolking van Griekenland, waar de vrijheidsoorlog tegen de Turkse overheerser wordt gevoerd. Het ligt voor de hand dat de tien Hoornse kopers van ‘Anastasia en het schaakspel’ bij het schaakgezelschap bijeen kwamen.

Lucas Stokbroo (Hoorn, 20 maart 1792 – Hoorn, 25 februari 1867) heeft een grote staat van dienst opgebouwd. Zo werkt hij in 1891 bij de rechtbank, waar Pieter van Akerlaken – ook een van de intekenaars – advocaat is. Later is hij belastingontvanger in Hoogwoud, hoofdingeland van het waterschap Heerhugowaard, kantonrechter in Hoorn, lid van de gemeenteraad van Hoorn en van Provinciale Staten. Hij wordt benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw.

Als groot verzamelaar bouwt hij aan een collectie schilderijen, tekeningen, kunstvoorwerpen en curiosa, waarmee hij in 1837 een privémuseum begint. Gedurende dertig jaar komen er in het pand Ramen 1 op afspraak  bezoekers, bijvoorbeeld koning Willem II in 1842. Na Stokbroo’s overlijden gaat de deur dicht. Een notaris en twee deskundigen zijn twaalf dagen bezig om de collectie ten behoeve van vier veilingen te beschrijven. Er worden vier catalogi uitgebracht, met elk duizenden kavels. Een van de 2417 schilderijen is ‘Malle Babbe’ van Frans Hals, terwijl de koning van Denemarken en notenhouten pronkkast met op glas geschilderde mythologische voorstellingen koopt. En schaakspelen van jaspis en ivoor alsmede schaaktafels komen onder de hamer.

Uit de Opregte Haarlemsche Courant van 7 juni 1867. De ‘schaakspelen van jaspis en ivoor’ staan in de derde regel.
Uit de Opregte Haarlemsche Courant van 14 juni 1867. Er zijn meerdere veilingen nodig om alle kavels uit het museum van Lucas Stokbroo onder de hamer te brengen.

Zijn er oude bronnen over het schaken in het uiterste oosten van Westfriesland? De regionale schaakhistorie is niet te vergelijken met die van de grote (westerse) steden, waar het kapitaal en de contacten waren. Toch is die punt in de voormalige Zuiderzee niet helemaal wit. Zo heeft het Algemeen Handelsblad in 1847 een schaakrubriek, waarin lezers naar de oplossingen van probleemstellingen kunnen zoeken en die aan de redactie melden. Grootebroek heeft er twee: C.P. en A.J. van der Lee. Bij laatstgenoemde gaat het waarschijnlijk om Arie Johannes van der Lee (Etten-Leur, 20 maart 1817 – Alkmaar, 8 juni 1911), die in de periode 1846-1851 hervormd predikant in Grootebroek was.

Een heel oude bron van het Westfriese schaken. Floris van der Stal uit Enkhuizen was niet alleen oplosser van probleemstellingen, hij componeerde ze ook. Deze staat in de Sissa, een Nederlands schaakmaandblad, van april 1847. Ter verduidelijking: op b5 staat een witte loper, op e4 een wit paard.

In een tijd met in vergelijking met nu moeizame wegverbindingen zijn veel mensen voor hun ontspanning gebonden aan de nabije omgeving. Ze kunnen in een café kolven, biljarten en denksporten beoefenen en in een groter gebouw toneel- en zangvoorstellingen bezoeken. En thuis is er het dam- en schaakbord om tegen de buurman te spelen of probleemstellingen op te zetten en op te lossen. Vrijwel alle kranten hebben schaakrubrieken die een tipje van de sluier oplichten. Ik heb enige duizenden namen van Noord-Hollandse schaakliefhebbers die naar tal van dag- en nieuwsbladen hun oplossingen instuurden. Zo ben ik in de jaren voor 1900 uit de volgende Oost-Westfriese plaatsen zeventien namen en initialen tegengekomen:
1849 Enkhuizen (Floris van der Stal)
1856 Enkhuizen (W.F.A.)
1959 Medemblik (D.S.)
1886 Wervershoof (P.K. Bakker)
1887 Hoogkarspel (C.J. Beuk, H.B. Cortie, D. Schouten Pz.)
1889 Bovenkarspel (J. Botman Gz., K. Laan)
1889 Hem (N. Appelscha, N.A.M. Leppau)
1892 Bovenkarspel (C. Bieren)
1892 Venhuizen (H.W. Frese)
1897 Andijk (A. Aker)
1897 Bovenkarspel (D.A. Brinkerink)
1897 Wervershoof (A. Bakker)
1898 Hoogkarspel (A. Stuiveling)

Hoogkarspel had in 1898 de schaakclub Boer, terwijl in de Enkhuizer Courant van zondag 17 augustus 1873 de volgende advertentie staat:

Voor een schaakclub in Enkhuizen moet men geduld hebben, ook al besteedt ene Jodocus Nergenstuis ruim elf jaar later er aandacht aan. Hij is columnist van de Enkhuizer Courant en schrijft op 1 februari 1885: ,,Ik wou eigenlijk zeggen dat we daarmee een vermaak kwijt zijn, waarmee we zoo aangenaam den tijd konden dooden. Want al is er geen ijs, de avonden zijn daarom niet korter geworden. We moeten ons dus weer behelpen met onze gewone avondvermakelijkheden, zooals kaartspelen en andere. Ik zit met Trui nog wel ereis te kienen of te domineeren; maar ze wordt kwaad, als ze verliest en daarom doe ik ’t niet graag. In zoo’n spel steekt anders heel wat kunst. Ik ben altijd maar blij, als een van mijn buurtjes me ereis opzoekt om een spelletje te dammen of te schaken. Dat zijn van die spelen, waarbij berekenen en denken te pas komt zonder dat de zucht naar winst ons aandrijft. Het verwondert mij daarom te meer, dat er in onze goede stad nooit over gedacht wordt om dam- of schaakclubs op te richten.’’

Overigens staat in het boek ‘Tweehonderdvijftig jaar correspondentieschaak in Nederland’ (van Leo Diepstraten)  een lijstje van veertig schaakclubs die in de periode 1846-1959 zijn opgericht. Onder anderen is vermeld ‘1848 Schaaksociëteit Enkhuizen’. De Enkhuizer Courant van zaterdag 18 september 1909 laat weten dat een dag eerder in De Doele een schaakclub is opgericht, maar daar is verder niets over bekend. Op vrijdag 26 januari 1912 is het, op initiatief van G. Beker en P. Reus, wel raak. Zij worden respectievelijk voorzitter en secretaris/penningmeester van de Enkhuizer Schaakclub. Topspeler Klaas Geus uit Den Helder is daar op maandag 23 september 1912 simultaanspeler (hij wint elf van de twaalf partijen en verliest van Jb. Kok) en op zondag 8 februari 1914 is er een propagandawedstrijd ter gelegenheid van het 2-jarig bestaan. Hoofdklasser Klaas Geus wint met 2-0 een mini-tweekamp tegen Willem Schelfhout uit Amsterdam (een nationale topper) en er zijn vierkampen voor tweede- en derdeklassespelers, met respectievelijke eerste plaatsen voor C. Taale (Den Helder) en K. Hart (Enkhuizen). Na 1915 wordt het echter heel stil rond de Enkhuizer Schaakclub. Vijftien jaar later wordt de stilte verbroken met de oprichting van KTV. Kan Tegen Verlies, ook een karaktereigenschap van de midzomerschakers.

Er zijn veertien verliezers op deze tiende woendagavond in Vereenigingsgebouw De Tuf, een aantal na een zware strijd. Zo moet Abel Romkes, de speler met de hoogste rating, tegen Jim Wittebol hard werken om het bordpunt binnen te halen. Een aardig detail is dat beiden in België hebben gestudeerd. Jim, oud-speler van Torenhoog (Hoogkarspel) versloeg twee jaar geleden Peter van Waert en won de afgelopen weken van Bert Spil en Roan Beliën en is daarom een gevaarlijke outsider. Ook Boris de Best delft op weg naar middernacht het onderspit. Tegen Peter, achter Abel tweede op de plaatsingslijst, is dat geen schande, al had hij wellicht op meer gerekend na zijn prima remise een jaar geleden tegen de routinier uit Hem. Koploper André van Leeuwen verliest voor de tweede maal op rij, nu van Willem van der Veen. Willem klimt naar de tweede plaats. Fraai is de score van Mai Movrin, die tegen Caspar Jinssen haar vijfde overwinning van dit toernooi boekt; net zo veel als in de laatste twee clubcompetities van Caïssa-Eenhoorn samen. Mai is nu zesde en een van de zeven vertegenwoordigers van de Hoornse club in de top tien.

Weer een toppartij in Vereenigingsgebouw De Tuf. Peter van Waert kijkt naar de slechte positie van de zwarte loper (op h6) en zal daarvan profiteren in een zware strijd tegen Boris de Best.
Nizar Alayoubi, Midzomerwinnaar van 2025, wacht af wat witspeler Ron Smit zal doen.
Op de voorgrond is Henri Stouten (wit) aan zet tegen Bas Doodeman.
Mai Movrin denkt na over een aanvalsplan tegen Caspar Jinssen. De speelster van Caïssa-Eenhoorn zal na een langdurig gevecht haar vijfde overwinning behalen.
Mustafa Guney zit er ontspannen bij. Het gepende paard op f6 is een probleem voor Siem Boon.
Een dichte stelling in de partij Eugène Koomen – Remco Bravenboer.
Tiende ronde (woensdag 5 augustus):
Jim Wittebol – Abel Romkes.........................0-1
Peter van Waert – Boris de Best....................1-0
Co Buysman – Bert Spil.............................½-½
Eugène Koomen – Remco Bravenboer...................½-½
Henri Stouten – Bas Doodeman.......................0-1
Ron Smit – Nizar Alayoubi..........................0-1
Emil van Dijk – Ed Hoes............................0-1
Renzo Snel – Gerard Broersen.......................0-1
Lode Broekman – Dion Brandt........................1-0
Jehat Karatas – Nico Reus..........................1-0
Harry de Best – André Mantel.......................0-1
Willem van der Veen – André van Leeuwen............1-0
Hans Morsink – Eline Kuin..........................1-0
Mustafa Guney – Siem Boon..........................1-0
Caspar Jinssen – Mai Movrin........................0-1
Evert Cornelisse – Alfred Schenk...................0-1
De stand:
1. André van Leeuwen (KNSB-lid, 1348)................ 27,86 5 0 2
2. Willem van der Veen (Caïssa-Eenhoorn, 1494)....... 22,72 6 0 3
3. Nizar Alayoubi (Caïssa-Eenhoorn, 1699)............ 20,18 5 3 2
4. Boris de Best (Caïssa-Eenhoorn, 1836)............. 18,04 3 3 1
5. Jan Baars (KTV, 1694)............................. 18,01 4 3 2
6. Mai Movrin (Caïssa-Eenhoorn, 1347)................ 15,56 5 0 2
7. Remco Bravenboer (Caïssa-Eenhoorn, 1707).......... 15,35 4 4 1
8. Gerard Broersen (Degoschalm, 1656)................ 12,95 4 2 2
9. Peter van Waert (Caïssa-Eenhoorn, 1941)........... 12,72 3 1 1
10. Mustafa Guney (Caïssa-Eenhoorn, 1502)............. 12,70 3 1 1
11. Jan Olthof (Schaaklust, 1731)..................... 12,04 2 1 0
12. Jim Wittebol (1804)............................... 11,96 2 0 1
13/ Roan Beliën (Heerhugowaard, 1850)................. 11,74 3 3 2
14. Abel Romkes (Caïssa-Eenhoorn, 2184)............... 8,77 6 1 0
15. Ron Smit (KNSB-lid, 1642)......................... 8,68 4 3 3
16. Eline Kuin (Schaaklust, 1290)..................... 8,11 4 0 3
17. Koen van Lankveld (Purmerend, 1814)............... 7,11 1 4 1
18. Ed Hornick (Torenhoog, 1634)...................... 6,42 3 2 2
19. Serge Kramer (WSC De Pion, 1748).................. 5,99 1 0 0
20. Emil van Dijk (1513).............................. 5,64 3 1 5
21. Jehat Karatas (Caïssa-Eenhoorn, 1528)............. 5,63 3 0 3
22. Co Buysman (Caïssa-Eenhoorn, 1739)................ 5,51 3 4 3
23. Alfred Schenk (Schaaklust, 1468).................. 4,83 5 0 3
24. Dion Brandt (Degoschalm, 1535).................... 4,68 4 0 4
25. Renzo Snel (Caïssa-Eenhoorn + KTV, 1543).......... 4,04 5 0 5
26. Lode Broekman (Muider Schaakkring, 1655).......... 3,87 3 2 2
27. Ed Hoes (KTV, 1660)............................... 3,41 3 3 3
28. Jamal Zyat (Caïssa-Eenhoorn, 1699)................ 1,53 1 1 1
29. Jan Timmerman (Caïssa, 1867)...................... 0,77 0 2 0
30. Suleiman Abdulkhaleq (Caïssa-Eenhoorn, 750)....... -0,51 0 0 5
31. Hans Morsink (KNSB-lid, 1450)..................... -1,21 4 2 4
32. Bert Spil (Caïssa-Eenhoorn, 1874)................. -2,11 2 3 3
33. George Tadrous (Degoschalm, 1531)................. -2,14 3 0 4
34. Stef de Wit (Torenhoog, 1637)..................... -4,16 3 0 4
35. Menno Kuin (1347)................................. -5,00 0 0 1
36. Harry de Best (Caïssa-Eenhoorn, 1568)............. 5,04 4 0 5
37. Caspar Jinssen (Torenhoog, 1214).................. -5,27 2 1 5
38. Bas Doodeman (Degoschalm, 1738)................... -5,56 2 1 3
39. André Mantel (KTV, 1480).......................... -7,97 2 3 3
40. Marc Norden (Muider Schaakkring, 1874)............ -9,99 1 0 4
41. Eugène Koomen (KTV, 1784).........................-10,60 3 2 5
42. Henri Stouten (KTV, 1718).........................-12,67 0 4 3
43. Siem Boon (Degoschalm, 1424)......................-13,08 3 1 6
44. Nico Weel (Schaaklust, 1794)......................-14,88 0 1 3
45. Evert Cornelisse (Torenhoog, 1075)................-15,34 1 1 7
46. Nico Reus (Degoschalm, 1474)......................-19,32 2 1 6
De midzomerscore, bepalend voor de ranglijst, wordt via een speciale
formule en aan de hand van de ratings berekend.

xxx

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *